GASTVROUW

Een goede editor, redacteur of corrector (m/v) verbetert fouten en foutjes, maar hij ‘voelt’ ook aan de tekst; hij betast hem met spitse en zachte aandacht, hij luistert en stemt erop af, hij beweegt erin mee, hij legt zich erin neer als in een hangmat, hij sluit zijn ogen (verbeeldt zich amoeben in een vuurzee), hij opent ze weer (ziet bladertakken in de zon) hij voelt, hij ligt breeduit en wiebelt wat. Hangt de mat te slap? Hangt ze te scheef? Hoe grof- of juist fijnmazig is ze? Is het weefsel opzettelijk warrig of is haar patroon zo precies bedacht en uitgetekend dat de kleinste oneffenheid al stoort.

 

Een goede editor is alle lezers tegelijk, de beginnende en de geoefende, de vlotte en de langzame, de luie en de kritisch-alerte. De goede editor streelt de zinnen, plukt eraan en test hun rekbaarheid, hij voelt hoe de tekst ademt, hoe de adem hort en glijdt, versnelt en vertraagt. De goede editor is bedacht op wat de voortgang in het lezen tegenhoudt. Zo kan het ritme van een zin ineens stokken. Door de woordvolgorde. Of door een onhandig geplaatst: leesteken.

 

Een goede editor weet dat komma’s gevaarlijk zijn. Van alle leestekens zijn komma’s het gevaarlijkst. Klein als ze zijn, kunnen ze toch zorgen voor een grote betekenisverandering.

Je wilt bijvoorbeeld zeggen dat je zus een auto heeft gekocht maar nog steevast de trein neemt. Je schrijft: ‘Mijn zus die onlangs een auto heeft gekocht, gaat nog altijd met de trein.’ Wie deze zin goed leest, wie oog heeft voor de grammatica ervan, zal eruit begrijpen dat je meerdere zussen hebt en dat de zus die kortgeleden een auto heeft gekocht nog altijd met de trein reist. Terwijl je had willen zeggen dat je (enige!) zus haar pasgekochte auto niet gebruikt; ten gunste van de trein. Je had moeten schrijven: ‘Mijn zus, die onlangs’ et cetera.

Zo ook vice versa.

HOSTESS

Een goede editor heeft voor de komma een zoet respect. Komma’s zijn als dappere mieren die op hun eigen specifieke plaats aan hun eigen specifieke stengel blijven kleven, die stengel hooghouden tot de hele kolonne zo zeker mogelijk aan de overkant is. Zo ook leiden komma’s de ogen van de lezer, de ene lezer na de andere, al die ogen van al die lezers leiden ze langs de regels, langs de zinnen, en scheppen zo voor een belangrijk deel de melodie van de tekst.

Komma’s zijn bij uitstek de instrumentjes waarmee je aangeeft waar de lezer mag pauzeren. Ze fungeren dan als kleine bakens; de ogen van de lezer (en met de ogen het gehoor en het begrip) hebben er houvast aan.

 

Een goede editor weet dat het met de kommaplaatsing in een tekst flink mis kan gaan. Een tekst kan te weinig komma’s bevatten en daarmee uit te lange zinnen bestaan waardoor je bij het lezen onzeker wordt doordat je geen houvast hebt en het gevoel je bekruipt dat je vooruit wordt geduwd of geblazen als bij het schaatsen met een harde vlagerige rugwind die maakt dat je maar voortglijdt en heenhotst over een eindeloze vlakte van bultig ijs zonder dat ergens een baken zichtbaar is waaraan je oog zich kan hechten waardoor je te hard gaat en mogelijk het zicht en je gevoel voor afstand kwijtraakt en na verloop van tijd weet je niet meer waar je bent.

Maar te veel komma’s, of andere leestekens! maken de tekst tot een lastig parcours, met zoveel horden, dat je als lezer aan lekker doorlezen, dat je daaraan niet meer toekomt.

 

Ook de andere leestekens – denk aan de punt en de puntkomma, het liggend streepje, het ronde haakje, het vierkante haakje, de drie puntjes – zijn bedoeld als begrip- en leesgemakbevorderend hulpmiddel. Maak je ze dienstbaar aan die functie, benut je ze om je tekst (meer) melodie en (een pregnantere) betekenis te geven, dan toon je respect voor je tekst én voor je lezer.

© Lucy Arts   |   Groningen   |   06 - 293 888 19   |   www.lucysec.nl